Vanaf 1719 was de heerlijkheid Stevensweert in handen van graaf Reinier Vincent van Hompesch. Deze wilde een eigen banmolen, waarin de bewoners van Stevensweert en Ohé & Laak verplicht waren hun granen te malen, zodat de graaf een deel van de opbrengsten kon opeisen. Er was reeds een molen aanwezig, maar deze was militair bezit. De nieuwe molen werd tussen 1721 en 1722 gebouwd.In een bijgebouwtje bij de molen of onder in de molen bevond zich een ruimte die als gevangenis (cachot) kon worden ingericht.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog liep de molen dusdanig zware schade op dat deze niet meer kon functioneren. Tussen 1948 en 1949 werd de molen gerestaureerd. Doordat de toenmalige molenaar Sangers zich later op een andere bedrijfstak ging richten raakte de molen wederom in onbruik en in slechtere toestand, waardoor tussen 1975 en 1977 opnieuw een renovatie volgde. Daarna is er nog jarenlang door een vrijwillige molenaar tarwe en gerst gemalen voor gebruik als veevoer. Het bijzondere van de molengebouwen is dat bij reparaties in het verleden molendelen gebruikt zijn in onder andere de schuur en bijgebouwen. Goed zichtbaar is nog een houten roede in het dak van de aangrenzende schuur, die als horecaruimte is ingericht.
In 2014 werd de molen eigendom van de Vereniging Natuurmonumenten. In 2015 wordt de molen gerestaureerd en toegankelijk gemaakt voor publiek.
De Hompesche Molen is iedere zaterdagmiddag van 13:00 uur tot 16:00 uur gratis toegankelijk is voor bezoekers. Molenaars en molengidsen zullen u graag alles vertellen over de Hompesche Molen en haar interessante geschiedenis. In de maanden december tot en met februari is de molen niet geopend voor bezoekers. Regelmatig wordt er door de molenaars graan gemalen en mais versneden op de Hompesche Molen.